Donderdag 3 november 2005

We vertrekken iets na elf uur 's ochtends uit een zonnig Arnhem en rijden eerst nog bij de
plaatselijke bezinepomp langs om de tank vol te gooien. Om tien voor half twaalf zijn we dan
echt op weg naar Luxemburg-stad. Na een voorspoedige en file-vrije reis komen we rond drie uur
aan in het bewolkte Luxemburg. Op de borden boven de snelweg staat dat de A3 richting
Luxemburg-stad is afgesloten, en dat was precies de weg die we thuis hadden bedacht. De
routebeschrijving kan dus de prullenbak in, maar dankzij de kaart die Ellen speciaal voor deze
reis had aangeschaft kunnen we via de A4 een alternatieve route uitstippelen. De route via de A4
loopt zeer voorspoedig en al snel rijden we langs het station van Luxemburg-stad. Ons hotel is
hier in de buurt, dus we slaan een zijstraat in en parkeren de auto in een parkeergarage. De lift
van de parkeergarage komt uit in een overdekt winkelcentrum, Gallery Kons. Als we de uitgang van
het winkelcentrum hebben gevonden blijkt ons hotel, hotel Empire, inderdaad zeer dichtbij te
zijn.
Na het inchecken brengen we onze weekendtas naar de kamer en lopen we naar het
centrum van de stad via de brug Pont Adolphe. Het centrum is niet erg groot en bovendien redelijk
dichtbij het hotel, dus we komen vrij snel aan op het centrale plein Place d'Armes. Daar is ook een
vestiging van de lokale VVV, en hier halen we nog wat extra informatie over de stad. We lopen
vervolgens door naar het oosten van de stad. Hier komen we eindelijk een normaal café tegen met
de naam Um Bock, genoemd naar de vesting aan de oostkant van het centrum. Hierna lopen we dan
ook door naar de oostkant van het centrum en kunnen daar van een mooi uitzicht over Grund genieten.
Helaas begint het al donker te worden en kunnen we geen foto's meer maken.
Na het uitzicht zijn we weer het centrum ingelopen en hebben tot een uur of zes
door de verschillende winkelstraten gelopen. Vervolgens zijn we bij Steiler, een restaurant vlakbij
Um Bock, gaan eten. We waren aan de vroege kant en de gehele eerste verdieping, waar het
restaurant was, was leeg totdat wij aan de koffie zaten. Bij Steiler hebben we nog wel wat moeite
met het ontcijferen van het menu. Van een groot aantal gerechten weten we niet precies wat het is.
Ellen neemt uiteindelijk een filet american, maar die blijkt op te zijn. De tweede keuze,
een escalope, blijkt een schnitzel te zijn, en dus ook wel een goede keuze. Ik neem
entrecote, wat altijd een goede keuze is. Ook de wc's van Steiler zijn vreemd. Er hangt een
elektrisch zeepapparaat waar zeep uit zou moeten komen als je je handen eronder houdt. Bij mij
doet het apparaat helemaal niets, totdat ik m'n handen eronder weg haal, want dan valt er een
grote klodder vloeibare zeep op de grond.
Na het eten gaan we nog een biertje drinken bij Um Bock, en vervolgens lopen we via
de Avenue de la Gare terug naar het hotel om te gaan slapen.
Vrijdag 4 november 2005

We staan de volgende dag vroeg op om op tijd bij het ontbijtbuffet te zijn, want dat is slechts
tot negen uur geopend. Als we uit het raam kijken zien we dat we weinig geluk hebben met het weer,
want de lucht is grijs en er valt regelmatig motregen naar beneden. Via de Avenue de la Gare lopen
we naar het park langs de Petruse. Dit is het park dat het stationsdeel van de stad scheidt van
het oude centrum. Het park is ondanks de sombere dag erg mooi. De bomen hebben allemaal andere
herfstkleuren en worden afgewisseld met bruggen over de Petrusse, huizen en een fontein. We lopen
eerst richting de Pont Adolphe en iets voorbij deze brug keren we om en gaan we richting Grund. We
lopen Grund binnen waar de Petrusse uitmondt in de grotere rivier de Alzette. In Grund steken we de
rivier Alzette over en lopen verder richting de abdij. We komen hier langs een museum, het Musée
national d'histoire naturelle. Mede omdat het wat harder begint te regenen willen we hier wel naar
binnen, maar dit museum blijkt tijdelijk dicht te zitten. We lopen verder richting de abdij en ook
deze blijkt niet toegankelijk te zijn. We steken bij de oude wachttorens de Alzette weer over en
klimmen weer naar het oude centrum, aan de oostkant waar we gisteren al van het uitzicht hadden
genoten.
Het fort Bock (casemates) blijkt vandaag open te zijn en we gaan graag naar binnen,
niet alleen omdat ik oude forten interessant vind, maar ook om even uit de regen te zijn. Van het
fort is bovengronds niet veel meer over, maar onder de grond zijn nog allemaal tunnels en gangen te
vinden, deels uitgehakt uit de rots en deels met stenen gebouwd. Het centrale deel is ruim, maar
voor de verre gangen is het handig om geen aanleg voor claustrofobie te hebben. Op weg naar de
uitgang van Bock gaan we via deel I waardoor we via een smalle wenteltrap afdalen tot het
grondniveau van het dal van de Alzette, en iets later weer enkele tientallen meters via eenzelfde
smalle wenteltrap omhoog moeten lopen. Het is allemaal erg avontuurlijk.
Als we uit het fort komen is het tijd om de lunchen en in een zijstraat van het Place
D'Armes eten we wat bij La Piazza. Bij La Piazza is niet de zeepbak geautomatiseerd, maar de kraan.
Deze zou door middel van een sensor moeten zien dat ik mijn handen ervoor houdt, en dan water moeten
laten stromen. Dit werkt echter niet, er komt geen water uit. Tijdens het eten bepalen we wat we
in de middag gaan doen, en we besluiten naar fort Thüngen te lopen als het weer het een beetje
toe laat. Het fort ligt op de andere helling van het Alzette-dal in de richting van het Europese
centrum, en volgens het Marco Polo-boekje zouden de beide musea bij het fort nog in aanbouw zijn,
maar al wel toegankelijk.
Het eerste deel van de wandeling gaat erg voorspoedig. Tegenover restaurant Steiler
bezoeken we nog even de kerk St. Michel en vervolgens lopen we verder naar beneden langs de
casemates. We kruizen de Alzette naast de spoorbrug. We besluiten om via Rue Vauban te lopen, zodat
we eerst nog een stukje richting de grote Pont Grande-Duchesse Charlotte lopen. Het zijstraatje dat
hier zou moeten zijn kunnen we echter niet vinden. Gelukkig heeft de kaart een alternatief en
lopen we weer terug richting spoorbrug. Vlak na de spoorbrug zou een ander paadje naar het fort
moeten leiden. Dit paadje is echter afgezet met een groot hek, en dat dwingt ons om via de
verharde weg een flink stuk om te lopen.
Als we uiteindelijk in de buurt van fort Thüngen komen is het er één grote modderpoel.
Er wordt nog steeds flink aan beide musea gebouwd. deze musea blijken onder één dak te zitten en zijn
ontworpen door Pei. We lopen door de modder om de musea heen. De pijlen die eerst nog aangeven
hoe de ingang te bereiken is zijn verderop echter onvindbaar. We zien alleen een bordje naar een
restaurant en omdat het steeds harder begint te regenen lopen we daar naar toe. Het restaurant
zit dicht en maakt bovendien de indruk dat het al een tijdje dicht zit. Ook het uitzicht valt
tegen, want we kunnen het centrum van de stad niet goed zien, er staan allemaal mooi-gekleurde
bomen in beeld. Na enig zoeken vinden we ergens achter een auto wel een doorgang naar de ingang
van het museum, maar helaas is het museum al een paar maanden dicht. Omdat het museum en het fort
deels samenvallen, is ook het fort niet toegankelijk en kunnen we weer teruglopen.
Ellen stelt voor om een andere route terug te nemen, en uiteindelijk lopen we via de
Pont Grande-Duchesse Charlotte (de grote rode brug) terug naar het centrum. Vanaf de brug is het
uitzicht over het Alzette-dal erg mooi. Via de parken ten noorden en westen van het centrum lopen
we terug naar het hotel en frissen we ons een beetje op voor het diner.
's Avonds lopen we weer de stad is om te gaan eten. We besluiten op zoek te gaan
naar de Bredewee, een restaurant uit de Marco Polo-gids. We kunnen het restaurant met de nodige
moeite wel vinden, maar het maakt een uitgestorven indruk. We lopen weer richting Um Bock, want
daar hebben we een Grieks restaurant gezien: To Kastro . We besluiten bij dat Griekse restaurant
te gaan eten. Het restaurant is in de oude kelders gevestigd. Het heeft een leuke sfeer en bovendien
is het eten erg smakelijk. Na het eten lopen we terug naar het hotel, en vallen we snel in
slaap.
Zaterdag 5 november 2005

We staan weer vroeg op om op tijd bij het ontbijt te zijn, en kennelijk hebben meer mensen daar
moeite mee want we zijn lange tijd de enige mensen in de ontbijtzaal. Er komen pas andere mensen
binnen als wij aan de koffie zitten, en we gaan al snel daarna weer op stap. We lopen via de
Avenue de la Gare naar het centrum op zoek naar de Chemin de la Comiche, wat volgens onze Marco
Polo-gids het grootste balkon van Europa met een schitterend uitzicht zou moeten zijn. Direkt na
de brug zoeken we naar het begin van deze weg, maar die kunnen we niet vinden. Er is wel een
voetpad, maar dat is geblokkeerd door werkzaamheden, en er is een oorlogsmonument voor de Tweede
Wereldoorlog. We nemen even snel een kijkje in het monument en lopen vervolgens weer verder. We
komen vervolgens enkele oude heren, en man met een serieus fototoestel, een man met een camera
en een militair met een trommel tegen, die allemaal richting monument lopen. Vanwege de kou (het
is nu nog wel droog) besluiten we niet terug te lopen, maar onze zoektocht naar de Chemin de la
Comiche te vervolgen. Vanaf de Montée de Clausen bij Bock kunnen we deze weg wel vinden, en het
uitzicht is inderdaad erg mooi. Als we aan het einde bij het Nationaal Archief komen, kunnen we
ook weer niet verder vanwege bouwwerkzaamheden, en daarom lopen we via Rue Large naar Grund, waar
we vervolgens weer de lift naar boven nemen.
Als we weer in het centrum van Luxemburg-stad zijn, lopen we naar de Cathedrale
Notre-Dame. Als we binnenkomen kunnen we zowel de kerk binnengaan als naar de kelder. Er staat al
een groep met toeristen en gids in de hal, dus we lopen snel de kerk in. Wat opvalt is het grote
aantal biechtstoelen, en dat deze biechtstoelen geen gordijntjes hebben. Als we de kerk verlaten,
staan er ondertussen al drie groepen met gids in de kerk. We lopen door naar de kelder, waar in
eenmodern zaaltje nog een aantal biechtstoelen staan. Bovendien kunnen we door een traliedeur
naar de grafkelder van de groot-hertogelijke familie van Luxemburg kijken.
We lopen vervolgens verder langs het dal van de Petrusse richting een monument dat
bestaat uit een hoge pilaar met daarop een gouden beeld van een vrouw. Dit is de Gëlle Fraa, het
vrijheidsbeeld van Luxemburg. Naast dit beeld is de ingang naar de andere casemates van de stad,
maar deze zijn helaas gesloten. De rest van de ochtend wandelen we door het centrum van de stad,
drinken we koffie bij Gusto en gaan we hier en daar zelfs nog even een winkel binnen. Bij de Rue
Beaumont bekijken we de kerk St. Alphonse.
We besluiten om voor de lunch nog even naar het Museum van Nationale Geschiedenis
aan de Rue de St.-Esprit te gaan. Vanwege het hoogteverschil in de stad is de ingang op de derde
verdieping. Op de onderste verdiepingen van het museum is de geschiedenis van Lixemburg-stad te zien.
Er zijn oude spullen te zien, foto's, en hier en daar een maquette van de stad. Vooral deze maquettes
zijn leuk, want hier is goed te zien hoe de stad zich door de eeuwen heen ontwikkeld heeft. Op de
vierde verdieping is de tijdelijke tentoonstelling The Grand Pillage over de kunstroof van
de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog en op de vijfde verdieping is een expositie met de naam
Everybody is a Stranger somewhere. Bij deze expositie kun je een foto maken die dan
onderdeel van de expositie wordt, maar helaas reageert het touch-screen niet op ons. Dat is niet
vreemd, want door het hele museum staan touch-screens met aanvullende informatie, en die reageren
ook niet of nauwelijks op ons.
Rond drie uur verlaten we het museum en gaan alsnog ergens lunchen. We komen uit bij
La Piazza, waar we de dag ervoor ook al geluncht hebben. Deze keer komen we aan de andere kant binnen
en zitten we daardoor een verdieping hoger. Na de lunch lopen we via de Pont Adolphe weer terug naar
het hotel.
Coupe Colonel
Een coupe Colonel is sorbet-ijs met citroensmaak en wodka.
Rond een uur of acht, nadat we onze moeie benen even rust hebben gegeven, gaan we
een hapje eten bij Le P'tit Bouchon, een erg gezellig en knus restaurantje dat werd aanbevolen in
de Marco Polo-gids. De menukaart is Franstalig, maar de man die alleen de gehele bediening vormt
en zelfs enkele woorden Nederlands spreekt, vertaalt graag wat er op de kaart staat. Vooral de
zeeduivel, die niet voorradig is, krijgt veel aandacht, maar ook andere gerechten worden vertaald.
Naast de Franse groentensoep en een stuk vlees als hoofdgerecht, neem ik de Coupe Colonel als
dessert. Na het overheerlijke eten lopen we weer in de regen terug naar het hotel.